De Standaard: ‘Ik wil in Europa een even grote ster zijn als in Syrië’

Mohamad Fityan is een van de grootste muzikale talenten uit Syrië. Hij werd opgesloten en gemarteld, maar hij kon vluchten naar Europa. Vanavond staat hij met het Brussels Jazz Orchestra in de Ancienne Belgique.

Luitenant Mohamad Fityan (31) zit al een paar uur ongeduldig te wachten. Samen met de rest van het legerorkest is hij gestationeerd in de basis van Jobar, net onder Damascus. Het is 10 februari 2013, zijn tweede huwelijksverjaardag. Net op het moment dat hij zijn instrumenten wil opbergen, krijgt hij te horen dat hij de basis niet mag verlaten. Er zijn rebellen in de buurt en iedereen moet paraat staan. Op dat moment slaat een autobom in.

Fityan wordt meegenomen door het Vrij Syrisch Leger en meer dan een maand lang vastgehouden en gemarteld. ‘Soms hoopte ik dat ik zou sterven, soms zocht ik naar geloof in de toekomst. Ik wist niet of ik ooit nog muziek zou spelen. Het brak mijn hart’, vertelt Fityan.

Tot de Syrische burgeroorlog uitbrak, in 2011, was hij een van de meest veelbelovende spelers in het land. Hij geeft les, componeert en speelt nay, een Arabische fluit. Muziekliefhebbers betaalden losgeld om Fityan vrij te krijgen. Daarna moest hij Syrië zo snel mogelijk verlaten.

Hij werd uitgenodigd om op te treden in Duitsland. Zo kon hij een visum krijgen om samen met zijn vrouw van Beiroet naar Europa te vliegen. Nu wordt hij gevraagd voor optredens in heel Europa. Vanavond speelt hij in de Ancienne Belgique met het Brussels Jazz Orchestra.

‘De droom is om een even grote ster te worden in Europa als ik was in Syrië. Ik wil geen slachtoffer zijn’, vertelt hij. Dit is Fityans eerste interview sinds de oorlog van hem een vluchteling maakte.

Hoe ervaart een jonge muzikant een oorlog in zijn land?

Lees de antwoorden van Fityan op de website van De Standaard.

IMG_2592

©rr